Vallen en opstaan, anders leer je het nooit

spalk

Pijn!

|Mier| Afgelopen woensdag ging Iem, zoals ieder woensdagmiddag, naar haar turntraining. Iem gaat altijd met groot plezier naar deze training waar ze naast het trainen ook, en vooral, plezier maakt met haar
vriendinnen, op zich niet raar en al helemaal niet pijnlijk. Tot….

Ik haal haar altijd om half zeven op. Natuurlijk ben ik zoals de meeste moeders iets eerder, zodat ik nog een glimp kan opvangen van de training.  Terwijl ik een blik om de hoek van de deur werp, word ik al gespot door Iem. ‘Mama, ik ben gevallen’ waarop ik antwoord ‘ dat is niet zo mooi, is verder alles oke?’

De trainster ziet mij en komt aangelopen ‘Iem is tijdens het ophurken, met haar voet achter de rekstok blijven hangen en naast de mat terecht gekomen’. Vol trots verteld Iem dat ze een tand door de lip had en ze laat mij nog wat achtergebleven bloedsporen zien.

In de kleedkamer wacht ik op Iem, het schiet weer eens niet op. ‘Mama kun je mij helpen, want mijn pink doet zo’n pijn’. Bij het zien van de vinger constateer ik dat deze erg dik en gezwollen is, hmmmmm dit zint mij niet.
Eenmaal thuis tape ik de pink aan aan de ringvinger vast, morgen maar even kijken wat de dag gaat brengen.

Twijfel

Donderdag blijkt de vinger nog steeds dik, maar niet blauw. Ze heeft er zo af en toe last van. Ik twijfel wat ik moet doen, de dokter bellen of niet. Ik wil daar ook niet voor aap zitten en te horen krijgen dat het over drie dagen wel weer over is. Donderdagavond besluit ik toch om de volgende ochtend de huisarts te bellen. Het klopt niet met die vinger.

Vrijdag heb ik alle kinderen voor acht uur al in de kleren, klokslag acht uur bel ik de dokter. In gesprek. Na tien minuten krijg ik eindelijk de assistente aan de lijn. Als ik het verhaal uitleg, krijg ik te horen dat ze voor vandaag al vol zitten, maar Iem er nog wel ergens tussen proppen.

Iets in mij zegt dat ik mijn middag er weleens anders uit zou kunnen gaan zien. Snel oppas regelen voor de twee andere kids en hup naar school.

Om elf uur zijn wij aan de beurt, de dokter werpt één blik op de pink van Iem. ‘Ja, ik zie het al’ . Voor ik het weet hebben we een verwijsbrief voor de afdeling röngen op zak. Om twaalf uur zitten wij daar in de wachtkamer, het schijnt druk te zijn, maar wij zijn de enige in de hele wachtkamer.

Flits!

De foto is genomen en binnen vijf minuten zitten wij bij de eerste hulp. Daar krijgen wij te horen dat er een opname stop is. Dat houdt in dat wij naar Sneek zouden moeten. De assistente kijkt naar Iem die angstvallig haar pink in haar hand houdt. ‘Weet je, ik ga het gewoon proberen’ . Geluk! We mogen in Leeuwarden blijven.

Voor ons zijn nog elf spoedgevallen en een pink heeft nou éénmaal geen prioriteit. Het kan dus zijn dat wij lang moeten wachten. Ik ben al lang blij dat wij mogen blijven, dus langer wachten is geen probleem. Na wat goede gesprekken in de wachtkamer met alle zieken en gewonden, zijn wij na een uur aan de beurt.

‘Tja, gebroken’ zegt de arts en Iem moet voor de zesde keer vertellen wat er precies is gebeurd. Gelukkig is het geen gecompliceerde breuk. Omdat Iem nog jong is en de breuk waarschijnlijk snel zal genezen, mag ze kiezen voor gips of een buddy-spalk. Gelukkig kiest zij voor de laatste en er worden twee hele mooie zwarte stripjes om haar pink en ringvinger geschoven, deze mogen er tijdens het douchen even af. Volgende week moeten we ons weer melden bij de poli chirurgie, bij goed nieuws mag de spalk er over drie weken af en kan ze langzaam weer haar ding gaan doen.

Voor het geval jullie je afvragen of Iem nog durft te turnen? Ze kan niet wachten om weer aan de rekstok te hangen en lekker te trainen. ‘Ach ja mam, ik turn al zes jaar. Het werd ook weleens tijd dat er iets ging gebeuren. Je leert natuurlijk ook alleen maar door vallen en opstaan’.

Almira

 

Misschien vind je dit ook leuk?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *